Scrigroup - Documente si articole

Username / Parola inexistente      

Home Documente Upload Resurse Alte limbi doc  

CATEGORII DOCUMENTE




BulgaraCeha slovacaCroataEnglezaEstonaFinlandezaFranceza
GermanaItalianaLetonaLituanianaMaghiaraOlandezaPoloneza
SarbaSlovenaSpaniolaSuedezaTurcaUcraineana

ComputersFinancierenGeneeskundeMuziekReceptenSociologieSportVerkoop

RUIMTELIJK KADER KINDEROPVANG

sociologie

+ Font mai mare | - Font mai mic






DOCUMENTE SIMILARE

Trimite pe Messenger

ruimtelijk kader kinderopvang

Geef de behoefte aan kinderopvang de ruimte

Datum


11 maart 2010

Status

Concept



Inhoudsopgave

1.      Inleiding. 1

1.1.    Aanleiding. 1

1.2.    Uitgangspunten. 1

1.3.    Vraagstelling. 2

1.4.    Leeswijzer. 2

2.      Doel en ambitie. 3

2.1.     Doelstelling. 3

2.2.     Resultaten. 3

3.      Kinderopvang. 4

3.1.     Wat is het?. 4

3.2.     Wat is het belang?. 4

3.3.     Aanbod in Westland. 5

3.4.     Vraag in Westland. 5

3.5.     Knelpunten ruimtelijke mogelijkheden kinderopvang. 7

3.5.1.    Waarom vindt 'kinderopvang' geen ruimte?. 7

3.5.2.    Bekende initiatieven. 7

4.      Huidig beleid. 8

4.1.     Maatschappelijk. 8

4.2.     Ruimtelijk. 8

4.3.     Juridische mogelijkheden. 9

4.4.     Rol gemeente. 9

4.5.     Conclusie. 9

5.      Randvoorwaarden kinderopvang. 10

5.1.     Wet kinderopvang. 10

5.2.     Verkeer en vervoer. 10

5.3.     Milieunormen. 11

5.3.1.    Geluid. 11

5.3.2.    Hinder 12

6.      Ruimtelijke mogelijkheden kinderopvang. 13

6.1.     Kernwinkelgebied. 13

6.2.     Uitloopgebieden kernen. 13

6.3.     Woongebieden. 14

6.4.     Kantorenlocaties. 14

6.5.     Bedrijventerreinen. 14

6.6.     Sportterreinen en andere maatschappelijke doeleinden. 15

6.7.     Glastuinbouwgebied. 16

6.8.     Natuurgebieden. 16

6.9.     Leegstand. 16

6.10. Resumé. 16

7.      Conclusies. 17

Bijlage 1. Kinderopvang in Westland. 18


1.                   Inleiding

1.1.                Aanleiding

Regelmatig benaderen kinderopvangorganisaties de gemeente (bestuurlijk en ambtelijk: team vastgoed, team zorg & welzijn, etc.) met het verzoek om huisvesting. In de verschillende kernen bestaan lange wachtlijsten voor kinderopvang. Tevens is er de laatste periode een aantal verzoeken tot ontheffing van het bestemmingsplan ten behoeve van vestiging van een kinderopvanglocatie afgewezen, omdat ze niet in overeenstemming waren met het bestaande ruimtelijk beleid.

Er bestaat op dit moment een sterke behoefte aan extra ruimte voor kinderopvang, waaronder dagopvang en BSO's. Er zijn in Westland lange wachtlijsten voor kinderen. Het college geeft aan de kinderopvang van belang te vinden voor Westland en hen te willen ondersteunen bij het vinden van geschikte locaties (zie ook §4.1).

De verzoeken om ruimte worden steeds diverser. Er is al een aantal kinderopvanglocaties op sportterreinen. Ook zijn er aanvragen voor in het buitengebied, bedrijventerreinen en op een camping. Kinderopvangorganisaties willen kinderen op deze locaties vaak meer laten bewegen op basis van thema's als sport, scouting, etc. Bovendien zijn deze locaties betaalbaar én voldoen ze aan de eisen van de Wet kinderopvang.

De uitdaging waar de gemeente Westland voor staat is om binnen aangepaste ruimtelijke kaders medewerking te verlenen aan de zoektocht naar kinderopvanglocaties, zodat het aanbod en de vraag beter in evenwicht raken en hierdoor een stimulans gegeven wordt aan de arbeidsparticipatie van tweeverdieners.

Sinds enkele maanden is er een werkgroep gestart over de vestigingsproblematiek van kinderopvang, waarin Ruimtelijk Juridisch Zaken, Grondzaken en Zorg & Welzijn zijn vertegenwoordigd. In deze werkgroep zijn de lopende formele zaken afgehandeld. Nieuwe verzoeken lopen via de Quick-Scan, maar worden meestal afgewezen op basis van het huidige vastgestelde ruimtelijk beleid.

1.2.                Uitgangspunten

De gemeente Westland wil medewerking verlenen aan initiatieven die zowel het maatschappelijk belang van kinderopvang dienen, als andere functies. Dit wordt bereikt door integraal naar de mogelijkheden van kinderopvang te kijken.

De gemeente wil de initiatieven ondersteunen, omdat zij de noodzaak inziet van kinderopvang in alle kernen van Westland.

Anderzijds zijn niet alleen kinderopvangorganisaties 'klant' van de gemeente. Het meewerken aan de vestiging van kinderopvang, waar dan ook in Westland, kan consequenties hebben voor andere ruimtevragers. Bewoners, bedrijven en instellingen kunnen hier lasten of lusten van ondervinden. Zaak is het om alle belangen goed af te wegen.

In deze notitie beschrijft de gemeente de uitgangspunten op basis waarvan, waarom en waar zij wil meewerken aan de vestiging van kinderopvang en wanneer niet.

1.3.                Vraagstelling

De centrale vraag in deze beleidsnotitie is de volgende:

Hoe kan door het opstellen van een ruimtelijk kader, de vraag naar en het aanbod van kinderop-vang beter op elkaar afgestemd worden, zodat

*     aan de toenemende vraag naar kinderopvangplaatsen voldaan kan blijven worden

*     er voldoende mogelijkheden voor doorontwikkeling van kinderopvang in Westland blijven, en

*     er duidelijkheid aan de kinderopvang- en andere organisaties wordt gegeven?

Aan deze centrale vraag ligt een aantal deelvragen ten grondslag. Deze dienen als vertrekpunt voor de notitie en zullen in de verschillende hoofdstukken behandeld worden.

·       Wat is kinderopvang?

·       Wat is het belang ervan?

·       Wat is het huidige aanbod aan kinderopvang in Westland en wat is de behoefte?

·       Wat zijn de knelpunten in de ruimtelijke mogelijkheden van de kinderopvang?

·       Wat zijn relevante bestaande beleidskaders waarmee rekening moet worden gehouden?

·       Op welke locaties is kinderopvang wel of niet mogelijk?

1.4.                Leeswijzer

Na de inleiding worden in hoofdstuk 2 het doel en de ambitie van de gemeente Westland ten aanzien van het ruimtelijk kader kinderopvang beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de kinderopvang, haar belang, het huidige aanbod, de behoefte en de knelpunten in ruimtelijke mogelijkheden nader uitgewerkt. Daarna wordt in hoofdstuk 4 het huidige gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 en 6 komt het nieuwe beleid aan de orde. Hierin worden respectievelijk de ruimtelijke randvoorwaarden en mogelijkheden voor de kinderopvang beschreven, zodat duidelijk wordt waar doorontwikkeling van kinderopvang in Westland mogelijk is. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven aan de kinderopvangorganisaties. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de conclusies getrokken.


2.                   Doel en ambitie



In onze gemeente bestaat een vraag naar kinderopvangplaatsen, die op dit moment niet kan worden gehonoreerd. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het belangrijk dat dit wordt verbeterd. Hierop wordt nader ingegaan in het volgende hoofdstuk.

Bij een groeiend aantal aanvragen om kinderopvang te mogen realiseren wordt geconstateerd dat de gemeente daaraan, vanuit ruimtelijke overwegingen, geen medewerking kan verlenen. Ook wordt geconstateerd dat, door het afwijzen van de initiatieven, de kinderopvangorganisaties steeds creatiever worden in het vinden van mogelijke nieuwe locaties. Dit leidt echter niet tot meer medewerking bij de gemeente.

Deze trend moet doorbroken worden. Westland erkent het belang van kinderopvang en wil daarom een oplossing, die zowel de ruimtelijke kaders recht doet als het maatschappelijk belang dient.

2.1.                Doelstelling

Door het opstellen van een ruimtelijk kader, de vraag naar en aanbod van kinderopvang beter op elkaar afstemmen, zodat:

·       aan de toenemende vraag naar kinderopvangplaatsen voldaan kan blijven worden,

·       er voldoende mogelijkheden voor doorontwikkeling van kinderopvang in Westland blijven en

·       er duidelijkheid aan de kinderopvangorganisaties wordt gegeven.

2.2.                Resultaten

Met de notitie 'Ruimtelijk kader kinderopvang' wordt beoogd:

·       ruimtelijk beleid op het gebied van de kinderopvang vast te stellen vanuit het perspectief van RBM, PO en MO

·       het nieuwe ruimtelijk kader richting de kinderopvangorganisaties uit te dragen,

·       een toetssteen te bieden voor nieuwe initiatieven.

Om de lijn in deze notitie uit te dragen binnen en buiten de organisatie wordt een werkgroep geformeerd, waarin de afdelingen MO (Zorg & Welzijn) en RBM (Ruimtelijke Ordening en Ruimtelijk Juridische Zaken) zijn vertegenwoordigd. Deze werkgroep bewaakt de beleidslijn en adviseert bij initiatieven. Bij een Quick-Scan zal deze werkgroep een zwaarwegend advies geven bij initiatieven aangaande kinderopvang.


3.                   Kinderopvang

3.1.                Wat is het?

Sinds 2005 is kinderopvang geregeld in de Wet kinderopvang. Vraagsturing is het uitgangspunt van deze wet: ouders betalen de volledige prijs aan het kinderdagverblijf en kunnen een deel daarvan terugkrijgen via de belastingdienst en hun werkgever. Kinderopvang stelt ouders in staat om werk en zorg te combineren. De kinderopvangorganisaties hebben zich tengevolge van deze wet ontwikkeld van gesubsidieerde welzijnsorganisaties tot ondernemers op de markt waarin ouders 'consument' zijn van het `product' kinderopvang. In de wet is de verantwoordelijkheid voor het handhaven van de kwaliteit van de kinderopvang belegd bij de gemeente.

Er zijn verschillende vormen van kinderopvang te onderscheiden, namelijk dagopvang (0-4 jarigen) en buitenschoolse opvang (BSO) (4 tot 12 jarigen). Verder bestaat er ook gastouderopvang. De opvang vindt dan plaats bij (gast)ouders thuis. Deze laatste vorm van kinderopvang wordt in deze notitie buiten beschouwing gelaten, omdat er bij gastouderopvang geen sprake is van een ruimteclaim die om een ruimtelijk juridische behandeling vraagt.

3.2.                Wat is het belang?

Voor de gemeente Westland is de kinderopvang een belangrijke maatschappelijke voorziening. Ook de gemeenteraad stelt vragen over de toenemende behoefte aan kinderopvang en de manier waarop het college daaraan wil voldoen (bijv. september 2009). Kinderopvang is in de eerste plaats de plek waar kinderen gelijke kansen krijgen om zich in een veilige en geborgen omgeving cognitief, sociaal en fysiek te kunnen ontwikkelen. De taalontwikkeling in het kader van de voorschoolse educatie voor de 0 tot 4-jarigen is hierbij erg belangrijk. In de tweede plaats  maakt de opvang het ouders mogelijk hun zorgtaken te combineren met werk.

Kinderopvang behoort een basisvoorziening voor kinderen en ouders te zijn. Het is bekend dat er problemen zijn bij het vinden van goede locaties die ook aan bestemmingsplannen voldoen, in het Westland, en elders in Nederland. Staatssecretaris Dijksma verwacht van gemeenten een actieve rol in het steunen van scholen en kinderopvang in het realiseren van opvanglocaties en het effectief gebruiken van schoolaccommodaties (brief 6 maart 2009). 

In de Sociaal Maatschappelijke visie van Westland spreekt de gemeente over een gemeente waar mensen willen wonen, werken en ondernemen. Ook spreekt zij zich uit over samenwerking tussen publieke en private partijen om een sociale en ondernemende gemeente met allure in 2020 te realiseren. Eén van de doelstellingen is het ontwikkelen van multifunctionele voorzieningen waarin een geheel van maatschappelijke voorzieningen (waaronder de kinderopvang) wordt gevestigd om een aantrekkelijke woonomgeving te creëren. Voor jonge kinderen dienen voorzieningen direct beschikbaar te zijn en in alle kernen.

De rol van de gemeente wordt als volgt gezien:”De rol van de gemeente is van wezenlijk belang. Als overheid verwachten wij van burgers en maatschappelijk middenveld een actieve rol. Zij hebben dan ook een overheid nodig, die meedenkt en daar waar dat nodig is de regie pakt. Alleen samen kunnen we ons streefbeeld realiseren”.

Het beleidsstuk De brede school in het Westland heeft de ondertitel “Een brede school bouw je niet, maar maak je met elkaar”.

Juist nu moeten onderwijs en kinderopvang samen met de gemeente nadenken over een duurzame samenwerking, waarbij de doorgaande lijn voor kinderen wordt gewaarborgd. Werkende ouders moeten arbeid en zorg goed kunnen blijven combineren, alle kinderen moeten de kans krijgen zich positief te ontwikkelen. Intensieve samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs waarbij de gemeente een regiefunctie op zich neemt voorziet in deze aspecten.

Volgens de lokale educatieve agenda stelt de gemeente zich tot doel het lokale onderwijsbeleid te verbreden door het netwerk van samenwerkingspartners te vergroten met o.a. de partners van voorschoolse instellingen, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Naast de pedagogische afstemming en samenhang stimuleert de gemeente tevens de ontwikkeling van een sluitend systeem van onderwijs en opvang om arbeidsparticipatie van ouders mogelijk te maken.

Als gevolg van de vergrijzing neemt de druk op de 20 tot 65 jarigen toe. Het is belangrijk dat deze groep zoveel mogelijk in staat wordt gesteld te participeren in het arbeidsproces.

3.3.                Aanbod in Westland

Op dit moment heeft iedere Westlandse kern een kinderopvangorganisatie die de mogelijkheid biedt om kinderen op te vangen. Dit is weergegeven in bijlage 1, waar op kaarten de locaties in de verschillende kernen zijn weergegeven.

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de capaciteit van het aantal kindplaatsen in Westland beschreven.

Ontwikkeling van het aantal beschikbare kindplaatsen in Westland

 

2006

2008

2009

2010

Stijging van 2006 tot 2010

KDV

894

1.198

1.230

Volgt 

%

BSO

789

1.370

1.430

Volgt

%

Totaal

1.683

2.568

2.660

volgt

%

(bron: http://www.netwerkbureaukinderopvang.nl/nl/p49dda1bc7ca2a/overzicht.html?code=1783)

3.4.                Vraag in Westland

Ondanks de gemeentelijke inspanningen (zie § 4.1) blijkt het in de huidige situatie voor organisaties moeilijk om voldoende nieuwe kinderopvangplaatsen te realiseren. Dit komt door een gebrek aan geschikte locaties met een maatschappelijke bestemming.

Kinderopvangorganisaties vragen de gemeente daarom om een extra inspanning. De vraag is dan of meer kinderopvangplaatsen noodzakelijk zijn. Complicerende factor daarbij is dat de toekomstige vraag naar kinderopvangplaatsen moeilijk in beeld te brengen is. Daar waar namelijk geen kinderopvangplaatsen voorhanden zijn, gaan ouders naar andere (sub-optimale) oplossingen op zoek, zoals laten oppassen van ouders of stoppen met werken. Wanneer deze oplossing is gevonden, kiezen ouders vaak voor continuïteit  en laten hun kinderen van de wachtlijsten afhalen. Voor de toekomst is de vraag naar kinderopvang moeilijk te voorspellen omdat de wet- en regelgeving (belastingteruggave) en het economisch tij factoren zijn die van grote invloed zijn.

Desalniettemin zijn er voldoende aanwijzingen dat het aanbod van het aantal kinderopvangplaatsen in Westland momenteel achterblijft bij de vraag. Dit blijkt uit de wachtlijsten van huidige kinderopvang, (gemeentelijke) onderzoeken maar ook uit de wens van kinderopvangorganisaties om uit te breiden.

Om de vraag naar kinderopvang in Westland te beschrijven is uiteindelijk gekozen voor het model van het Sociaal Cultureel Planbureau. Dit model berekent, uitgaande van het aanbod in 2008, een bovengrens aan de vraag. Gemeenten die thans het grootste aanbod hebben, per 100 kinderen in de relevante leeftijdsgroep, staan model voor de maximale vraag die kan worden verwacht. Voor dit model is gekozen, omdat het is ontwikkeld door een gerenomeerd instituut en rekening houdt met diverse kenmerken van een gemeente en haar bevolking. De kenmerken die van invloed zijn op de vraag naar kinderopvang en waarmee rekening is gehouden, zijn:

·       aantal kinderen van 0-4 jaar in de gemeente in 2008

·       aantal kinderen van 4-12 jaar in de gemeente in 2008

·       bevolkingsdichtheid in 2008 (inwoners per km2)

·       percentage huishoudens met kinderen in 2005

·       percentage hoger opgeleiden 15-65 jarigen in 2006/2008

·       percentage tweeverdienerhuishoudens 18-65 in 2006

·       percentage huishoudens met een laag inkomen in 2005

·       gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2005

Vervolgens zijn de cijfers die voor Westland naar voren kwamen uit het SCP-model, onderverdeeld naar verschillende kernen op basis van aantallen kinderen (0-4 jarigen en 4-12 jarigen) per kern. Dit alles geeft het volgende beeld:

Volgens het SCP-ramingsmodel zijn er in het Westland 37,5 kindplaatsen nodig per 100 kinderen

Kern

0-4 jarigen

Nodig

2009

Overschot

s-Gravenzande

980

367

250

-117

Naaldwijk

760

285

159

-126

De Lier

580

217

90

-127

Heenweg

28

10

0

-10

Honselersdijk

320

120

69

-51

Kwintsheul

160

60

37

-23

Maasdijk




200

75

43

-32

Monster 

532

199

162

-37

Poeldijk

260

97

104

7

Wateringen

720

270

195

-75

Totaal

1109

Bij de BSO gaat men uit van 17.7 plaats per 100 kinderen

Kern

4-8 jarigen

8-12 jarigen

Totaal

Nodig

2009

Overschot

s-Gravenzande

1219

810

2029

359

260

-99

Naaldwijk

949

660

1609

284

200

-84

De Lier

752

501

1253

221

100

-121

Heenweg

38

24

62

10

0

-10

Honselersdijk

455

294

749

132

70

-62

Kwintsheul

198

111

309

54

40

-14

Maasdijk

269

114

383

67

40

-27

Monster 

672

441

1113

197

300

-103

Poeldijk

301

180

481

85

180

95

Wateringen

938

525

1463

258

230

-28

1420



Hoewel met dit model de behoefte aan kinderopvang in kaart is gebracht, ligt de uiteindelijke beslissing van een kinderopvangorganisatie, om al dan niet een nieuw opvangaanbod te realiseren, bij deze organisaties zelf. Zij moeten deze beslissing nemen op basis van een eigen ondernemingsplan.

3.5.                Knelpunten ruimtelijke mogelijkheden kinderopvang

3.5.1.            Waarom vindt 'kinderopvang' geen ruimte?

De kinderopvang vindt geen ruimte, omdat er te weinig locaties in Westland met de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden' en voldoende parkeervoorzieningen zijn. Ook is er veelal geen ruimte voor bijvoorbeeld Kiss & Rides en is de toenemende verkeersintensiteit een probleem. Daardoor ‘knellen’ de ruimtelijke procedures.

Daarnaast dienen de locaties (gebouwen en buitenterrein) te voldoen aan de eisen die in de Wet kinderopvang worden gesteld.

Bovendien zijn kinderopvangorganisaties marktpartijen die maatschappelijk ondernemen. Om interessant te blijven voor ouders dienen zij een kostprijs te realiseren die binnen de kinderopvangtoeslag ligt. Daarom zijn niet alle beschikbare panden geschikt vanuit kostentechnisch oogpunt.

3.5.2.            Bekende initiatieven

Het onderwerp kinderopvang en het vinden van geschikte locaties is niet nieuw en er zijn ook al de nodige initiatieven geweest door de kinderopvang. Zo zijn er aanvragen ingediend om kinderopvang te mogen realiseren in winkelpanden, in woningen, in het agrarisch gebied, op bedrijvenlocaties, bij sportclubs en op een camping.


4.                   Huidig beleid

4.1.                Maatschappelijk

Clustering van de onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen is als een gewenste ontwikkelrichting benoemd in de sociale ontwikkelingskaders voor de kernen Ter Heijde, Heenweg, Maasdijk, De Lier, Honselersdijk en Kwintsheul.[1] Dat neemt natuurlijk niet weg dat per kern en per specifieke situatie maatwerk noodzakelijk blijft. Zo hebben bijvoorbeeld 8-plussers vaak behoefte aan locaties waar ze lekker kunnen buiten spelen en 'vies' mogen worden. Daarvoor zijn locaties buiten de kernen, in het buitengebied, juist geschikter.

Vanwege het in het vorige hoofdstuk genoemde maatschappelijke belang wil de gemeente de realisatie van kinderopvang faciliteren. Hiertoe heeft zij de volgende acties ondernomen:

·       Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van lege lokalen bij scholen.

·       De Tijdelijke Regeling is ontwikkeld. Deze regeling houdt in dat de gemeente toestemming geeft tot de verhuur van een ruimte in een school, waarbij de huurder de zekerheid krijgt dat hij tot 1 augustus 2012 niet uit het gehuurde wordt gezet. Deze huurbescherming geniet een huurder van een ruimte in een school normaliter niet. Volgens de onderwijswetgeving moeten huurders van onderwijsruimten, die na verloop van tijd weer nodig zijn voor het onderwijs, altijd direct het door hen gehuurde verlaten. Indien de school is gegroeid en de verhuurde onderwijsruimte nodig heeft, plaatst de gemeente in het kader van de Tijdelijke Regeling een extra schoollokaal. Het is uiteindelijk aan de politiek of deze regeling wel of niet wordt verlengd. 

·       Er wordt geprobeerd om met de schoolbesturen afspraken te maken over hoe om te gaan met groei (leerlingenstop en doorverwijzen of blijven plaatsen op eigen school, zodat schoollokaal weer nodig is voor onderwijs). Als schoolbesturen zouden kiezen om de leerlingen beter te spreiden, zijn bepaalde lokalen voor langere tijd niet nodig. Deze kunnen dan (permanent) worden toegewezen aan de kinderopvang.

·       In de plannen voor nieuwbouwwijken worden vierkante meters voor de realisatie van kinderopvang gereserveerd.

·       De gemeente brengt kinderopvangorganisaties en mogelijke aanbieders van locaties met elkaar in gesprek.

·       Bij de ontwikkeling van brede scholen treedt de gemeente in bepaalde gevallen op als investeerder en verhuurt zij de locatie tegen een kostendekkende huur.

De gemeente wil echter wel voorkomen dat kinderopvangorganisaties een afwachtende houding gaan aannemen en het risico van de investeringen afwentelen op de gemeente. Zij vindt dat organisaties zelf moeten blijven zoeken naar geschikte locaties en initiatieven moeten ontplooien om deze te verwerven.

4.2.                Ruimtelijk

(Deze paragraaf wordt na de stafoverleggen nader uitgewerkt.)

De bestaande kinderopvanglocaties zijn als “Maatschappelijke doeleinden” bestemd of middels een vrijstelling/ontheffing gerealiseerd en in kaart gebracht door RJZ. Het gaat bij het vormen van beleid om de toenemende behoefte aan locaties voor maatschappelijke voorzieningen.

Visie Greenport Westland 2020 met evaluatie

Ontwikkelingkaders voor de kernen

Bestemmingsplannen

4.3.                Juridische mogelijkheden

Kinderopvang kan bestemmingsplantechnisch in principe alleen worden gefaciliteerd op percelen met de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden'. Gelet op de druk die op deze bestemming ligt (denk aan scholen, verenigingen, genootschappen, etc.) en de eisen waaraan de locaties moeten voldoen in verband met de Wet kinderopvang is het vrijwel onmogelijk goede vestigingsruimten te vinden voor kinderopvang binnen de bestaande bestemming.

Deze beleidsnotitie moet een handvat bieden om buiten de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden', een ontheffingsmogelijkheid te ondersteunen of een basis te bieden voor een bestemmingsplanwijziging. In binnenkernse ontwikkelingen is een ontheffingsprocedure (ex art. 3.23 Wro) mogelijk en in het buitengebied moet een bestemmingsplanwijziging aangevraagd en doorlopen worden. Dit planologisch instrumentarium kan de gemeente niet loslaten. Er worden niet op voorhand meer locaties voor kinderopvang aangewezen. Wel vormt dit beleidskader het uitgangspunt om het doorlopen van de ontheffingsprocedures en bestemmingsplanwijzigingen voor verzoeken om kinderopvang te realiseren te verbeteren.

Voor ieder geval zal de gemeente Westland zich de volgende vragen stellen:

·       Onder welke voorwaarden werkt Westland mee aan een buitenplanse ontheffing om kinderopvang mogelijk te maken in de kernen?

·       Onder welke voorwaarden werkt Westland mee aan een ontheffing om kinderopvang mogelijk te maken in de overige gebieden van Westland?

Op deze vragen zal in generieke zin een antwoord worden gegeven in het zesde hoofdstuk.

4.4.                Rol gemeente

In de basis ligt het initiatief om nieuwe kinderopvanglocaties te vinden en aan te dragen niet bij de gemeente. Wel dient dit maatschappelijk onderwerp in de ruimtelijke beleidskaders te worden opgenomen, zodat het beter mogelijk wordt voor kinderopvangorganisaties om geschikte locaties te vinden die aan dit gemeentelijke ruimtelijk beleid voldoen. Hierbij wordt gedacht aan het aanvullen of aanpassen van de structuurvisie of de ontwikkelingskaders voor de kernen. Geprobeerd is een beleidskader te ontwikkelen waarin wordt opgenomen waar de uitbreiding wel en niet gewenst is op een bepaald abstractieniveau (zie hoofdstuk 6). Hiermee is de gemeente richtingzettend en geeft ze een kader aan dat duidelijkheid biedt en de initiatiefnemers richting geeft.

Hoewel de gemeente kan inschatten wat de huidige vraag naar kinderopvang is per kern, blijven het de kinderopvangondernemers zelf die uiteindelijk moeten bepalen of ze wel of niet willen investeren.

4.5.                Conclusie

(Deze paragraaf wordt na de stafoverleggen nader uitgewerkt.)


5.                   Randvoorwaarden kinderopvang

In dit hoofdstuk wordt een aantal specifieke randvoorwaarden –niet uitputtend- behandeld, die bepalen of kinderopvang haalbaar is op een bepaalde locatie. Deze specifieke eisen worden gesteld vanuit de Wet kinderopvang en vanuit de sectoren verkeer en vervoer en milieu. Vervolgens komt in hoofdstuk 6 per gebiedstype een integrale visie op mogelijke kinderopvanglocaties aan de orde.

5.1.                Wet kinderopvang

De eisen die door de Wet kinderopvang aan dergelijke locaties worden gesteld, zijn:

·       Buitenruimte 3m2 per kind

·       Minimaal 400m2 binnenruimte

o      Binnenruimte: 3,5 m2 per kind exclusief toiletten, slaapkamers etc.

·       Verblijfsruimten: minimaal 8-10 m2

·       Meerdere aansluitingen water en riolering

5.2.                Verkeer en vervoer

Vanuit verkeer zijn twee punten met name van belang bij het beoordelen van potentiële locaties voor kinderdagopvang.

Het eerste punt betreft de weg waarmee het kinderdagverblijf wordt ontsloten.

Ten behoeve van de verkeersveiligheid is het van belang dat de kinderen en hun ouders de kinderopvang veilig kunnen bereiken. Daarom is het van belang dat de kinderopvanglocatie ligt in een straat waar zowel de intensiteit als de snelheid van het verkeer beperkt is. Dit betekent dat de weg waaraan de voorziening ligt, bij voorkeur dient te vallen in de categorie erftoegangswegen. Daarnaast is het voor de verkeersveiligheid van belang dat op deze weg normaliter alleen in beperkte mate vrachtverkeer of bussen rijden of dat er beschermende voorzieningen worden getroffen.

Het tweede punt betreft het aantal benodigde parkeervoorzieningen.

Voor crèches, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven geldt volgens het Westlands Verkeer en Vervoerplan (WVVP) een parkeernorm van 0,8 parkeerplaats per arbeidsplaats.

Daarnaast moeten er in de ochtend en aan het eind van de middag / begin van de avond ook nog parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor het halen en brengen van de kinderen. De hierbij toe te passen rekenregel is:

Aantal leerlingen x %van het aantal kinderen dat gehaald/gebracht wordt met de auto x 0,25 (reductiefactor vanwege korte parkeerduur) x 0,75 (reductiefactor vanwege meerdere kinderen per auto).

Voorbeeld voor twee groepen:

25 kinderen x 50% met auto x 0,25 x 0,75 + 0,8 x 3 werknemers = 2,34 + 2,4 = 2,74 plaatsen.

(De aanname dat 50% met de auto wordt gebracht, geldt in de kernen. Buiten de kernen wordt gerekend met 75%.)

Op het moment dat niet aan deze normen wordt voldaan, kan dit foutparkeren in de hand werken, wat nadelig is voor zowel de verkeersveiligheid, de leefbaarheid als de bereikbaarheid van de plaats waar de opvanglocatie is gevestigd.

Ook moet er worden gekeken of er wordt voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de aanrijdroutes voor hulpdiensten.

Vanuit deze punten wordt dus beoordeeld of een locatie vanuit verkeersoogpunt al dan niet geschikt is voor het realiseren van een kinderopvangvoorziening. Natuurlijk wordt hierbij niet alleen gekeken naar de huidige situatie, maar worden ook eventuele toekomstige ontwikkelingen meegenomen. Wat dat betreft zal er voor iedere locatie maatwerk geleverd moeten worden, waarbij naast verkeerstechnische ook economische en ruimtelijke afwegingen meespelen.

5.3.                Milieunormen

(Deze paragraaf wordt na de stafoverleggen nader uitgewerkt.)

5.3.1.            Geluid

Geluidsoverlast van spelende kinderen was het afgelopen jaar flink in het nieuws. Als gevolg hiervan is het Activiteitenbesluit (met o.a. geluidnormen voor scholen en kinderdagverblijven) per 1/1/2010 aangepast. Vanaf deze datum telt stemgeluid van spelende kinderen op schoolpleinen en bij kinderdagverblijven niet langer mee bij het bepalen van te toetsen geluidniveau's. Dit neem niet weg dat schoolpleinen voor overlast kunnen zorgen. Daarom verdient het wel aanbeveling om in de ruimtelijke kaders voor kinderopvang op te nemen dat dergelijke buitenspeelplaatsen niet zeer dicht bij woningen moeten worden gesitueerd. Geadviseerd wordt om te vermijden dat dergelijke speelpleinen aan de achtertuinen van woningen grenzen en verder om een afstand van circa  50 meter aan te houden tot naastgelegen woningen. 

 

Nog wat uitgebeidere info van de site van VROM mbt de wijziging van het Activiteitenbesluit:

 

Activiteitenbesluit: Stemgeluid spelende kinderen op schoolplein


Vraag:
Moet stemgeluid afkomstig van spelende kinderen op een schoolplein meegenomen worden bij de beoordeling aan de geluidsnormen uit het activiteitenbesluit?

 

Antwoord
Nee, de geluidsnormen voor scholen en kinderdagverblijven zijn sinds 1 januari 2010 hierop aangepast.

 

Zie Activiteitenbesluit, artikel 2.18, eerste lid:

 

'Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12, blijft buiten beschouwing:

 

h. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs;

 

i. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang.'

 

Met onderdeel h wordt bepaald dat bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 en 6.12 van het Activiteitenbesluit, het stemgeluid van kinderen op het buitenterrein van een gebouw voor primair onderwijs geheel buiten beschouwing blijft.

 

Vóór deze wijziging van 1 januari 2010 was artikel 2.18, eerste lid, onderdeel a, van toepassing op schoolpleinen. Met de toevoeging van onderdelen h en i blijft nu, anders dan voorheen, ook het stemgeluid buiten beschouwing indien sprake is van een door bebouwing omsloten «binnenterrein». Een vergelijkbare uitzondering is van toepassing op instellingen voor kinderopvang (onderdeel i).

 

Waar het gaat om scholen, wordt door het leggen van een relatie van het stemgeluid van kinderen met de openingstijden van de school benadrukt dat deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op stemgeluid in relatie tot schoolse activiteiten, en niet ook van andersoortige activiteiten ((verhuur voor) avondcursussen e.d.).

5.3.2.            Hinder


6.                   Ruimtelijke mogelijkheden kinderopvang

(Dit hoofdstuk wordt na de stafoverleggen nader uitgewerkt.)

Dit hoofdstuk geeft de uiteindelijke richtlijnen weer over de (on-)mogelijkheden van realisatie van kinderopvang binnen de verschillende gebiedstypologieën. In voorkomende gevallen kan het college afwijken van het vastgestelde beleid.

De doelstelling van de gemeente Westland om een ruimtelijk kader op te stellen dat de toenemende vraag naar kinderopvangplaatsen stuurt en faciliteert, zodat er voldoende mogelijkheden voor doorontwikkeling van kinderopvang in Westland blijven en duidelijkheid aan de markt wordt gegeven, wordt in dit hoofdstuk voorzien van een ruimtelijke vertaling.

Voor iedere gebiedstypologie die we kennen in Westland zijn de uitgangspunten en basishouding anders. Hoe de gemeente Westland aankijkt tegen het ontwikkelen van kinderopvang in de verschillende gebiedstypologieën is hieronder uitgeschreven.

Een aantal richtlijnen zal bij de beoordeling van initiatieven gehanteerd worden in het hele Westland:

        Bij toekomstige integrale ruimtelijke planvorming moet de functie kinderopvang standaard worden meegenomen.MEENEMEN IN BESLUIT

        Alvorens gebruik kan worden gemaakt van locaties buiten het centrum van een kern of gekoppeld aan een voorziening voor de jeugd AFWACHTEN REACTIE LUCIA

        Voor gebieden tussen dorpskernen en duurzaam glastuinbouwgebied (bijvoorbeeld de Hoge Bomen in Naaldwijk) moet een bestemmingsplanwijziging gemaakt worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij hanteren we de contouren zoals deze zijn vastgelegd in ……..

        Ontwikkelingen hebben bij voorkeur plaats op basis van meervoudig ruimtegebruik.

        Initiatieven vinden bij voorkeur plaats in één van de elk kernen, om levendigheid kernen te versterken

        Etc…

Naast deze algemene richtlijnen zijn in dit hoofdstuk verschillende gebieden omschreven.

(Invoegen kaart???)

Voor alle gebieden zijn uitgangspunten geformuleerd over het al dan niet toestaan van kinderopvang en daaraan gekoppelde uitgangspunten die de gemeente bij de toetsing van initiatieven zal hanteren.

6.1.                Kernwinkelgebied

Deze gebieden zijn voorbehouden aan de winkeliers en horecaondernemers. Het voorzieningenniveau in alle Westlandse kernen moet op stand blijven en het veranderen van de functie doet daaraan afbreuk. Dit moeten we om die reden niet voorstaan.

6.2.                Uitloopgebieden kernen

In stand houden voorzieningen én levendigheid kernen. Sociaal-maatschappelijke functies als kinderopvang moeten hier middels ontheffing worden toegestaan. Deze gebieden kenmerken zich door de volgende karakteristieken. De winkels worden hier afgewisseld door woningen of kantoren of andere functies. Het zijn de aan- en uitloopgebieden voor de kernwinkelgebieden. Het vormt de overgang tussen voorzieningencentrum en woongebied.

6.3.                Woongebieden

In woonhuizen is kinderopvang niet mogelijk. De functie moet wonen blijven zoals dat in het bestemmingsplan wordt omschreven. In uitzonderlijke gevallen, zoals een vrijstaand huis, moet de vestiging van kinderopvang wel mogelijk zijn mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.

Wel zien we in veel kernen dat in de woonwijken reeds nu al maatschappelijke voorzieningen aanwezig zijn. Denk hierbij aan scholen, bestaande kinderopvang, kerken en ontmoetingsplaatsen. Hier moet het mogelijk zijn om een kinderopvang te realiseren.

6.4.                Kantorenlocaties

Op kantorenlocaties kan medewerking worden verleend aan de vestiging van een kinderopvang, mits de omgeving daar ruimte toe biedt. Aspecten als veiligheid, parkeernormen en bereikbaarheid spelen belangrijke randvoorwaarden, zonder hierbij uitputtend te zijn.

De meerwaarde van kinderopvang op deze locaties, zoals aangegeven op onderstaande kaart, moet vooral zitten in het afnemen van verkeersbewegingen. De aansluiting op het woon-werkverkeer biedt kansen aan deze locaties.

Figuur 1. Kantorenlocaties Westland. Bron: Kantorenvisie Westland 2007-2015.

6.5.                Bedrijventerreinen

Op bedrijventerreinen staan we geen kinderopvang toe. In verband met verwachte verkeershinder, milieuhinder door de bedrijvigheid die hier plaatsvindt en de vele verkeersbewegingen van vrachtwagens zijn bedrijventerreinen uiterst ongeschikte locaties om een kinderopvang te vestigen. Bovendien moeten de bedrijventerreinen gereserveerd blijven voor bedrijven om niet binnen afzienbare tijd te zijn aangewezen op nieuwe bedrijvenlocaties die weer ten koste gaan van een andere functie. Onder bedrijventerreinen verstaan we in dit geval ook de verschillende agrologistieke transportterreinen.

Zoals de kaarten van de Kantorenvisie en de Bedrijventerreinenvisie laten zien zijn er locaties waar zware bedrijvigheid en kantoren gecombineerd zijn. Voor deze locaties geldt dat, met inachtneming van de hiervoor geschetste aandachtspunten, vestiging van een kinderopvang mogelijk is op die gedeelten die als kantorenlocatie zijn aangemerkt. Dit is ter beoordeling en onderbouwing van de gemeente Westland.

Figuur 2. Bron Bedrijventerreinenvisie Westland, 2006.

6.6.                Sportterreinen en andere maatschappelijke doeleinden

Aan de rand van de kernen zijn bijvoorbeeld sportverenigingen, scoutinggebouwen, campings, kinderboerderijen te vinden. Op deze locaties, of hier direct aangrenzend, is de vestiging van kinderopvang goed mogelijk. De combinatie van maatschappelijke functies biedt kansen voor samenwerking tussen organisaties en uitwisseling van elkaars faciliteiten.

Bij deze ontwikkeling geeft de gemeente Westland de voorkeur aan intensief en waar mogelijk dubbel ruimtegebruik. De gemeente zal dit dan ook faciliteren waar het nodig en mogelijk is.

6.7.                Glastuinbouwgebied

In het duurzame glastuinbouwgebied wil Westland niet meewerken aan een functiewijziging. In deze gebieden, zoals aangegeven in het Regionaal Structuurplan Haaglanden uit 2008, vindt economische ontwikkeling plaats om de Greenportfunctie te versterken.

6.8.                Natuurgebieden

In stiltegebieden is kinderopvang niet gewenst, omdat dit gepaard gaat met verkeersbewegingen en mogelijke geluidsoverlast. Aan de rand van natuurgebieden is kinderopvang onder voorwaarden mogelijk.

6.9.                Gemeentelijk vastgoed

De gemeente Westland beheert een behoorlijk aantal panden, waarin verschillende doelgroepen huisvesting vinden of functies uitgeoefend worden. Soms blijkt dat deze panden leeg komen, wachtend op een toekomstige ontwikkeling. De periode van leegstand varieert van enkele maanden tot zelfs jaren. In het laatste geval is er een mogelijkheid om kinderopvang te vestigen, als wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.

Dit moet worden opgenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid.


7.                   Conclusies

(Dit hoofdstuk wordt na de stafoverleggen nader uitgewerkt.)


Bijlage 1. Kinderopvang in Westland

(zie ander document in verband met de grootte)



[1] De kaders voor de overige kernen worden later dit jaar opgesteld.









Politica de confidentialitate

DISTRIBUIE DOCUMENTUL

Comentarii


Vizualizari: 1912
Importanta: rank

Comenteaza documentul:

Te rugam sa te autentifici sau sa iti faci cont pentru a putea comenta

Creaza cont nou

Termeni si conditii de utilizare | Contact
© SCRIGROUP 2019 . All rights reserved

Distribuie URL

Adauga cod HTML in site